God doet wonderen!

Op 27 mei 2016 deed God een wonder in ons leven. Albert-Jan werd genezen van kanker! Hij mocht erover vertellen op de sing-in Spoor3. Het thema van die avond was “Wonderen”.
Hieronder lees je een schriftelijke weerslag van wat hij op die avond vertelde (en niet vertelde vanwege de tijd)

Wonderen. Een ingewikkeld onderwerp. Past niet bij ons westerse denken dat alles maar wil kunnen verklaren. Het kan je in verwarring brengen.. Het is niet uit te leggen, niet in een formule te vangen. Wonderen zitten in het domein van God, dat te hoog en te ver is voor ons. Niet te begrijpen voor ons, kleine mensen.

Maar er zijn wel dingen over te zeggen. Heel veel, ik kan er vele avonden mee vullen. Dus ik kan en ga vanavond vooral veel niét vertellen. Je gaat niet alle antwoorden krijgen. Het wordt een inleiding, de rest mogen jullie zelf gaan overdenken en onderzoeken.

Als ik over wonderen nadenk, dan vraag ik me af: waarom doet God eigenlijk wonderen?
Daarvoor zijn een paar redenen te noemen.
In de eerste plaats doet God wonderen om te laten zien dat Hij nog steeds leeft, en dat Hij nog steeds machtig is en goed.
In de tweede plaats wil God daarmee laten zien dat het betrouwbaar en waar is wat er in de Bijbel staat. In Marcus 16: 20 staat:
De leerlingen gingen op weg. Overal vertelden ze het goede nieuws. De Heer hielp hen, en Hij gaf hun de kracht om wonderen te doen. Zo liet Hij zien dat het goede nieuws waar is.
En een andere reden is dat God met een wonder wil zeggen: Ja, ik weet dat je nu leeft in een kapotte wereld! Ik weet dat je ellende meemaakt: pijn, verdriet, ziekte, bederf of ander leed. Maar zo is mijn nieuwe wereld niet! Daar is alles goed, alles heel, alles volmaakt. God wil ons daaraan herinneren en naar laten verlangen. Een wonder is een glimpje van Gods nieuwe wereld.

Wonderen zijn dus bedoeld om ons geloof te versterken.
En daarmee zijn wonderen in mijn ogen een soort sacrament: Heilige en zichtbare tekenen en zegels, die God ons geeft, om ons daardoor de belofte van het evangelie nog beter te leren begrijpen. Deze belofte houdt in dat Hij ons om het offer dat Jezus aan het kruis heeft gebracht, vergeving van zonden en eeuwig leven uit genade schenkt.
Wonderen zijn als een brief, waaronder het echtheids-zegel van God staat. God die zegt: Alles wat je nodig hebt om te geloven staat in de Bijbel. Maar omdat ik van je houd, laat ik het ook zien! Ik zal bewijzen dat het waar is, wat in de Bijbel staat.

En daarvoor gebruikt God vele soorten wonderen. Je leest er al over in de Bijbel, keer op keer. Een paar voorbeelden: water dat zich splitst zodat iemand droog naar de overkant kan, mensen die opstaan uit de dood, mensen die genezen worden, 5 broden en 2 vissen waarmee Jezus duizenden mensen eten geeft, mensen die weten wat een ander heeft gedroomd, mensen die uit gevangenschap of belegering worden bevrijd en ga maar door! En altijd zie je in de Bijbel dat mensen daardoor worden gesterkt in hun geloof, of tot geloof komen. Dat is het doel: zie, en vertrouw, geloof!

En misschien denk je: leuk voor toen, maar wat kan ik er mee? Kan God ook mij helpen, hier en nu? Mag ik dat van Hem vragen?
Ja dus! God belooft dat de gelovigen zullen worden gevolgd door grote tekenen en wonderen. En ja, we mogen er gewoon om vragen.
Mattheus 7, of Lucas 11: Bid en u zal gegeven worden. Zoekt en u zult vinden. Klopt en u zal worden opengedaan. Want wie vraagt die zal gegeven worden. Want wie zoekt die zal vinden. Want wie klopt, voor hem zal worden opengedaan.
Hij zegt het ons in één adem zes keer! En laat dat ook nog eens op twee plaatsen in de Bijbel opschrijven! 12 keer, dus! En dan is Hij nog niet eens klaar, Hij gaat verder: Als je zoon je om brood vraagt, geef je hem toch geen steen? 10 En als hij om een vis vraagt, geef je hem toch geen slang? 11 Dus ook al zijn jullie slecht, toch kunnen jullie goede dingen aan jullie kinderen geven. Dan zal jullie hemelse Vader toch zéker goede dingen geven als mensen Hem daarom bidden?
Johannes 15: 7: als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie blijven, zullen jullie alles krijgen wat jullie vragen.
Fillipenzen 4:6: Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat U nodig hebt.
Mattheus 18: 19: Luister goed! Ik zeg jullie dat als twee van jullie op aarde samen om iets bidden, dan zullen ze het krijgen van mijn hemelse Vader.

En ga zo maar door. Keer op keer, tientallen keren: beloften op belofte, bewezen door wonder op wonder.

De vraag is dus niet: Kan God wonderen doen? Wil Hij wonderen doen en zal Hij wonderen doen? Dat vertelt Hij ons de hele Bijbel door! En Hij doet het tot op de dag van vandaag.
Maar de vraag is:
Geloof jij de Bijbel? Geloof jij Gods eigen woorden? Ik moedig je aan: geloof het! Er zitten rijke beloften aan verbonden.
1 Johannes 3: 22 en 23: Dan ontvangen we alles wat we van Hem bidden, omdat we Hem in alles gehoorzaam zijn en doen wat Hij van ons vraagt. 23 Wat vraagt Hij van ons? Dat we geloven in zijn Zoon Jezus Christus. En Hij vraagt óók dat we van elkaar houden, zoals Jezus ons heeft bevolen.
Neem dus in geloof aan dat God vandaag de dag nog steeds wonderen doet. Hij leeft nog steeds, Hij is nog steeds machtig, Hij is nog steeds goed, Hij is nog steeds betrouwbaar.

Dus ja, ook vandaag doet God al die wonderen nog. Ik kan ze zo opnoemen in mijn eigen leven, of uit het leven van mensen die ik ken. Eén groot wonder is zeer recent, en daar ga ik jullie over vertellen.

Kanker is vreselijk. Het is eng, het is iets dat diep ingrijpt in je leven. Iets waarvan we allemaal vele verhalen kennen. We kennen allemaal wel iemand die aan kanker is doodgegaan; de volwassenen onder ons, in ieder geval.

Bij mij begon het met een knobbeltje op mijn neus. De huisarts was super-eerlijk: “Het zou wel eens een kwaadaardig gezwelletje kunnen zijn, om maar eens met de deur in huis te vallen”
En het bleek inderdaad kwaadaardig te zijn! En ook nog ingewikkeld: achter een spier langs, ver de diepte in, langs een zenuw. Te ingewikkeld om in Deventer behandeld te worden.
Ik moest naar het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. En dan ben je wel echt kankerpatiënt. Je wordt zo behandeld, ze praten zo met je, ze onderzoeken je zo, je ziet de andere patiënten om je heen, en je denkt: wow, ik heb wel écht iets En dan gaat er van alles door je heen: hoe kwaadaardig, hoe groot is het, hoe diep zit het, is het bultje de echte tumor, of is het de uiting van iets dat ergens anders in je lichaam zit? Hoe gaat het zich ontwikkelen, de komende tijd? Wat gaat er op ons afkomen? Wat betekent dit voor mij? Voor mijn gezin, mijn vrouw en mijn kinderen? Waar zullen zij doorheen moeten gaan?.
De berichten werden intussen steeds slechter: afwijkende klieren in de hals, vlekken op de longen en – dat hoorden we pas later – een grote kluwen weefsel achter in de longen, tegen het ruggenmerg aan. Een primaire tumor. We moesten met spoed een CT-scan laten maken, ook al had dat volgens de radioloog niet zoveel haast: zo’n tumor, op die plek, daar is toch niets meer aan te doen….

Het was een periode waarin we heen en weer werden geslingerd tussen hele verschillende behandelplannen en toekomstscenario’s. Er werd een groot beroep gedaan op ons incasseringsvermogen en onze draagkracht. En op ons geloof!

God had ons aan het begin al bemoedigd met de woorden : zie, ik ben met je, alle dagen. Dat gaf al zoveel rust, zoveel veiligheid, ook als wisten we echt nog niet wat er zou gaan gebeuren. God is bij mij, een trouwe Vader, een constante vriend, alles wat ik nodig had. Hij liet mij niet onderuit gaan, maar bleef mij zoeken als ik me verdwaald voelde. En hij bleef mijn gebroken leven héél maken door zijn geweldige liefde!

Maar ik moest iedere keer weer ervoor kiezen: wat of wie is leidend in mijn leven? In welke spiegel kijk ik, en bekijk ik mijzelf?. Kijk ik naar de omstandigheden, zijn die bepalend voor wie ik ben, voor wat ik moet doen? Of zijn die omstandigheden er wel, maar richt ik mijn oog op God, en laat ik Hem bepalen wie ik ben en wat ik moet doen. Kanker zegt dingen als: Onheil! Onzekerheid! Dood! Je staat alleen! Wanhoop! God zegt dingen als: Liefde! Vrede! Trouw! Hulp! Leven! Hoopvolle toekomst! Jezus’ offer! Ik ben er! Naar wie luister ik, in welke spiegel bekijk ik mezelf?
Dagelijks moest ik deze keuze maken, en dagelijks koos ik: ik kijk naar God! Ik laat Hem bepalen. Ik wil Hem de leiding en de eer geven in mijn leven. Daar baden we ook voor: Heer, doe dat waarmee Uw eer het allermeeste verhoogd wordt. Ik richt mij op U. Ik keer me niet meer om, maar fixeer mijn oog op U. Het Want in ons hele leven gaat het daarom: om God! Dat Jezus wordt geëerd, dat Zijn offer in mijn leven zichtbaar wordt. Met dat offer heeft Hij mijn leven gered, mijn zonden op zich genomen, maar ook mijn ziekten, mijn smarten, mijn angsten, mijn hel. Zijn offer aan het kruis her-definieerde mijn leven. De omschrijving van mijn leven is niet meer “verloren”, maar “Gered”. Niet meer “vergankelijk”, maar “eeuwig”, niet meer “in de dood”, maar “in het volle, eeuwig leven”. Dat is de belofte van het evangelie, die God ons steeds weer bewijst met de sacramenten: doop, avondmaal, wonderen.

Op vrijdag 27 mei was er een genezingsdienst in Deventer. En daar werd voor mij gebeden.
De voorganger keek me lange tijd aandachtig aan, en zei toen: Je moet niet meer in de spiegel kijken! Kijk niet meer in de spiegel, dan zie je je neus, je omstandigheden. Kijk in de spiegel van Jezus! Zie wat Hij over jou zegt, wat Hij van jou vindt, wat Hij voor jou wil.
Dat was zo’n enorme bevestiging van waar ik de afgelopen weken mee bezig was geweest. God liet zo duidelijk merken dat Hij me zág, dat Hij echt bij me was geweest, alle dagen. En ook nu, op dit moment.
En toen de voorganger voor mij ging bidden, dat de kanker mijn lichaam zou verlaten, dat mijn lichaam zich weer zou herstellen naar hoe het geschapen was, voélde ik gewoon dat God er bij was en ik wíst gewoon: het is klaar, het is weg, mijn lichaam is schoon, de kanker is verdwenen. Halleluja, prijs God, ik ben genezen!

Er is nog veel meer over te vertellen, over hoe het verder is gegaan, over hoe God mij keer op keer duidelijk bevestigde in mijn genezing, maar ik vertel alleen nog dit: die dinsdag erna kreeg ik de uitslag van de CT-scan. De arts was verbaasd. Er was niets, maar dan ook helemaal niets, aan afwijkingen in mijn longen te vinden. Geen afwijkend weefsel, geen littekens, geen grote kluwen weefsel achterin in. Helemaal niets! Mijn longen zijn kerngezond!

Inmiddels hebben we in overleg met het ziekenhuis alle behandelingen beëindigd, en zal ik alleen het traject van 5 jaar nacontrole nog doorlopen. Niet omdat ik niet volledig geloof dat het weg is, maar omdat ik wil dat de artsen het zullen zien!

Dat was het verhaal van mijn genezing. En nu begint het voor jou. Wat ga jij ermee doen?
Je kunt het niet geloven en het naast je neer leggen. Dat mag. Maar dan laat je een enorme kans liggen om door God in je geloof bevestigd en bemoedigd te worden. Natuurlijk mag je het niet-geloven! Je kunt best gelukkig zijn zonder aan te nemen wat God wil uitdelen. Maar in Lucas 11: 28 staat: Jezus zei: Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.

Je kunt het geloven. Neem het dan met blijdschap aan. God wil je hierin laten zien dat Zijn Woord waar en betrouwbaar is. Dank Hem daarvoor. Aanbid Hem. Psalm 35: 18 zegt: Dan zal ik U prijzen, wanneer we in een grote groep bij elkaar komen. En Psalm 95:2 zegt: Laten wij Hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang. En we zingen (Psalm 9: 1) “Ik zal met heel mijn hart, O Heer/in psalmgezang Uw Naam ter eer/blij al Uw wonderen verhalen/U, Allerhoogtste, dank betalen”

Je kunt twijfelen: ik wil het wel geloven, maar ik vind het zo moeilijk. De leerlingen van Jezus hadden dat ook vaak. Jezus noemde hen dan “kleingelovigen”, dat betekent “mensen van weinig vertrouwen”. Als je merkt dat dat voor jou geldt, laat je vertrouwen dan door God voeden. Zie het wonder, en geloof. Toets aan de Bijbel wat God er over zegt. Kijk niet naar je eigen twijfels, je eigen vragen, je eigen teleurstellingen, maar kies ervoor om naar God te kijken. Lees je Bijbel, bid elke dag dat je groeien mag, in geloof en in vertrouwen op God.

Misschien denk je: waarom hij wel, en ik niet? Hij al zo vaak, ik nog nooit…
Dat kan ik me heel goed voorstellen! Jij verlangt er ook al zo lang en zo sterk naar, en je bidt er keer op keer om. En toch heeft God het niet gedaan, iedere keer opnieuw niet.
Als je met die vragen zit, laten we dan een andere keer verder praten. Want er is geen kort antwoord op, er speelt veel in mee, er is veel over te ontdekken.
Voor dit moment ga ik even terug naar waar ik mee begon: in mijn ogen is een wonder een soort sacrament. Een heilig en zichtbaar teken en zegel van Gods liefde en redding. Bedoeld om ons geloof te versterken.

En dat betekent dat een wonder voor ons allemaal is. Net zoals de doop niet alleen bedoeld is op de gedoopte op te bouwen in geloof, maar iedereen die het ziet. Net zoals het avondmaal niet alleen bedoeld om degene op te bouwen die brood en wijn ontvangt, maar om iedereen die het ziet op te bouwen. Zo is het ook met een wonder. Niet IK heb een wonder ontvangen, WIJ hebben een wonder ontvangen!
Wij, samen, hebben een wonder ontvangen. Pak het aan! God wil daarmee ons geloof versterken. Hij wil niet dat we naar het wonder blijven kijken, maar dat we erdoor gestimuleerd worden om naar Hem te kijken, in Hem te geloven, Hem te vertrouwen. Hij wil ons ermee bemoedigen; bewijzen dat Hij nog leeft en nog steeds dezelfde is. Dat het wáár is wat er in de Bijbel staat.
En hij wil ons eraan herinneren, en er naar doen verlangen, dat er een tijd komt waarin geen wonderen meer nodig zijn. Een tijd waarin alles goed zal zijn. Een tijd zonder ziekte en dood, zonder honger en oorlog, zonder depressiviteit en terneergeslagenheid, een tijd zonder pesten en treiteren, een tijd zonder aanvallen, twijfel en onbeantwoorde vragen. Een tijd waarin Jezus zijn koningschap op zich zal nemen, waarin wij oog in oog met Hem mogen staan, en waarin Hij alles zal zijn in allen.
Draai je dus niet van God af, maar fixe youre eyes!
Richt je oog op God, die lééft, die groot en machtig is, die betrouwbaar is. Hij gaf zijn leven voor jou, geef jouw leven aan Hem. Ga waar Hij gaat, doe wat Hij doet, heb een passie om Hem te volgen. Want het gaat om Hem, om Jezus, om zijn eer.

Als je geraakt bent, als je hulp nodig hebt, als je in verwarring bent, als je niet weet met welke woorden je God kunt danken, als je zelf een wonder nodig hebt, laat dan zometeen voor je bidden door het gebedsteam. Ook Jacqueline en ik willen graag voor je bidden. Als je op welke manier dan ook iets nodig hebt, laten we er dan mee naar God gaan!
Psalm 103 zegt: Hij vergeeft al mijn zonden en Hij geneest al mijn ziekten.
En Psalm 68 zegt:
Hij kan
én wil
én zal
in nood, zelfs bij het naad’ren van de dood, volkomen uitkomst geven.
Halleluja, Hem zij de eer!

***************************************************************************************************************************************************

Missie volbracht! (april 2016)
Een aantal weken geleden mochten we gedenken en vieren.
Op Goede Vrijdag herdachten we dat Jezus aan een kruis is gestorven. Daar heeft Hij de straf die wij hadden verdiend voor onze slechte dingen op zich genomen. En dat niet alleen; volgens de Bijbel (Jesaja) nam Hij daar ook onze ziekten en onze vloeken op zich. Hij droeg de straf en riep het uit: Het is volbracht!
Daarna betrad Hij de dood en overwon die. Met Pasen vieren we dat Jezus is opgestaan uit de dood en leeft! Daarmee verloor de dood haar macht over iedereen die bij Jezus hoort. De dood en haar meester, satan, zijn verslagen.

Toch lijkt het daar zo vaak niet op. Kijk om je heen in de wereld: oorlog, hongersnood, ziekte, ellende, mensen die elkaar fysiek en geestelijk pijn doen. Kijk naar je eigen leven: wat kan een mens allemaal meemaken… dood van geliefden, ziekte, armoede, angst en nog veel meer.

Hoe kan dat? De overwinning is toch behaald? Het is toch volbracht? De dood en haar meester zijn toch verslagen?

Op 5 oktober 2010 vond er een ernstig mijn-ongeluk plaats in Copiapó in Chili. Het dak van een kopermijn begaf het en 33 mijnwerkers raakten opgesloten onder de grond. 700 Meter diep en 5 kilometer van de ingang verwijderd.
Diep onder de grond zaten deze mannen opgesloten. In het donker, met alleen hun helm-lampen, in stoffige lucht, zonder contact met de buitenwereld, zonder eten. Zonder te weten of er nog wel naar hen werd gezocht. Wat een kwelling!
Pas na 17 dagen werden ze bereikt door een boorkop. Ze konden er een briefje aan hangen om te buitenwereld te laten weten dat ze nog leefden. Via de smalle boorschacht was er contact, en werden ze voorzien van eten en drinken. En ze wisten: het komt goed, we zijn gered, we zullen weer het daglicht zien.

Maar het duurde nog lang, erg lang, voordat het zover was. Pas na 53 dagen konden ze worden opgehaald door een smalle capsule waar steeds één man tegelijk in naar boven kon worden getakeld. En al die 53 dagen zaten ze daar maar. Het moet voor hun gevoel een oneindige tijd zijn geweest. Diep onder de grond, in stoffige lucht, met bijna geen licht, in ellende, hopend op de uiteindelijke redding die nog zo lang op zich liet wachten. Het komt goed, ja, maar wanneer? Hoe lang nog gaat het duren? Wanneer mag ik in de capsule stappen, hoeveel anderen moet ik voor laten gaan?

Op 14 oktober kwam de laatste mijnwerker boven. Het was Luis Urzua, de voorman, die de anderen er doorheen had gesleept en hen moed had ingepraat. De beelden gingen de hele wereld over en werden in vele landen live uitgezonden. De zege was behaald! Onder de grond werd een vlag achtergelaten: Missie volbracht.

Misschien denk je wel: wanneer, Heer, wanneer word ik gered? Wanneer is mijn ellende afgelopen? Wanneer zal ik het licht weer zien, weer ruimte ervaren?
Weet dan dat Jezus jouw boorkop is. Hij heeft voor jou een schacht aangelegd met de hemel. Via Hem bereikt God jou met water en voedsel. En ook al lijkt het een oneindige tijd, je mag weten: het komt goed, je bent gered, je zult het daglicht weer zien.
Houd vol, blijf hopen op je redding. Dan kun ook jij op een dag een vlag in ontvangst nemen en achterlaten: Missie volbracht!

Romeinen 8: 31-39, vertaling: Basis Bijbel
Wat moeten we dan nog zeggen? Als God vóór ons is, wie kan ons dan nog kwaad doen? God heeft zelfs zijn eigen Zoon aan ons gegeven. Dan zal Hij ons toch zeker ook al het andere geven dat we nodig hebben? Wie zal de mensen die door God zijn uitgekozen, nog ergens van kunnen beschuldigen? God Zelf heeft hen vrijgesproken van schuld! Wie zal hen dan nog kunnen veroordelen? Want Christus is voor ons gestorven en heeft zo onze straf op Zich genomen. En wat nog veel beter is: Hij is uit de dood opgestaan! Nu zit Hij naast God en Hij komt voor ons op. Wie of wat zal ons dan nog kunnen losmaken van de liefde van Christus? Moeilijkheden, problemen, vervolging, gebrek aan eten, gebrek aan kleren, gevaar, de dood? Het is zoals in de Boeken staat opgeschreven: “Omdat we in U geloven zijn we de hele dag in levensgevaar. De mensen behandelen ons als schapen die geslacht gaan worden.” Maar in alle moeilijkheden zijn we meer dan overwinnaars, dankzij Hem die van ons houdt. Want ik weet zeker dat geen dood of leven, geen engelen of duivelse geesten, geen enkele macht, geen dingen nu of in de toekomst, geen macht uit de hoogte of uit de diepte, nee, niets op deze aarde ons zal kunnen losmaken van de liefde van God. Die liefde heeft God ons gegeven door Jezus Christus, onze Heer.

***************************************************************************************************************************************************

Wat een verschil! (juni 2015)

Het trof me toen ik met iemand in gesprek was over zijn leven. Over de moeiten die hij ervaart, over de dingen die hem zijn overkomen. Hij vertelde over de eenzaamheid en de uitzichtloosheid in zijn leven. En de dingen die hij vertelde, de dingen die hij riep, waren zó herkenbaar! Wie roept het nooit eens uit? Wie zit er nooit eens aan het einde van zijn touwtje? Ik kon in ieder geval helemaal herkennen wat hij zei.
En toch… ik voel een verschil.

In de Bijbel roepen ook veel mensen tot God. Ze hebben het he-le-maal gehad! Ze zitten er door heen, weten niet meer wat ze ermee aan moeten. Eenzaamheid, mensen die tégen hen zijn. Ze worden uitgelachen door iedereen, ze moeten vluchten voor hun leven. En ze roepen dingen die zo lijken op de dingen die deze man riep!
En toch… ik voel een verschil.

Als ik moeiten ervaar, het he-le-maal heb gehad, aan het einde van mijn touwtje zit, weet ik dat er iemand is die voor mij klaar staat. Ik heb God leren kennen als de grote steun in mijn leven, als degene die mij verder helpt. God, aan wie ik mij kan optrekken. Nee sterker nog: Hij trekt mij op!
Met God naast mij ben ik niet eenzaam, zie ik nieuw uitzicht. Als mijn touwtje op is, dan heeft Hij nog sterke kabels. Als ik het helemaal heb gehad, dan heeft Hij nog over.
Wat ben ik bevoorrecht dat ik God zo mag kennen. En zo mag jij Hem ook leren kennen. Ga op zoek, lees in de Bijbel, praat met Christenen, daag God maar uit om aan jou te laten zien dat Hij bestaat en ook voor jou wil zorgen. Want dat is Zijn grote, allergrootste wens! Hij kiest voor jou. Wat kies jij?

Hieronder staat een stukje uit de Bijbel.
Eerst alsof God er niet is. Het klinkt precies zoals de man die ik sprak.
Daarna alsof God er wel is. Zoals het klinkt in de Bijbel en zoals ik het in mijn eigen leven ervaar. Het lijkt op elkaar, maar merk je hoe anders het is?
Met of zonder God… wat een verschil.

ZONDER GOD

Hoelang vergeet iedereen mij nog,
en blijft iedereen zich voor mij verbergen?
Hoelang zal ik nog in moeilijkheden zitten
en zal ik me elke dag zorgen maken?
Hoelang nog zal mijn vijand machtiger zijn dan ik?
Laat iémand toch zien wat er gebeurt!
Ik wil antwoorden hebben! Zég toch wat!
Laat iémand me weer nieuwe hoop geven!
Ik wil niet dood!
Laten mijn vijanden niet kunnen zeggen:
“We hebben hem!”
Laat hen niet juichen omdat ik val….

MET GOD

Hoelang vergeet U mij nog, Heer,
En blijft U zich voor mij verbergen?
Hoelang zal ik nog in moeilijkheden zitten
en zal ik me elke dag zorgen maken?
Hoelang nog zal mijn vijand machtiger zijn dan ik?
Heer mijn God, zie toch wat er gebeurt!
Antwoord mij!
Geef me alstublieft weer nieuwe hoop!
Laat me niet sterven!
Zorg ervoor dat mijn vijanden niet zeggen:
“We hebben hem!”
Laat hen niet juichen omdat ik val.
Ik vertrouw op uw goedheid en uw liefde.
Mijn hart juicht omdat ik zeker weet dat U me zal redden
Ik zing voor de Heer omdat Hij goed voor me is geweest.

Psalm 13. Vertaling: Basic Bijbel

***************************************************************************************************************************************************

HET HANGT AF VAN WIE HET IN HANDEN HEEFT (november 2013)

Een tennisracket is nutteloos in mijn handen.
Maar als Roger Federer hem vast heeft, wordt er Wimbledon mee gewonnen.
Het hangt af van wie het in handen heeft.

Een penseel in mijn handen staat garant voor een kliederboel.
Een penseel in de handen van Vincent van Gogh, staat garant voor een meesterwerk.
Het hangt af van wie het in handen heeft.

Met een stok in mijn hand kan ik een kat mijn tuin uit jagen.
Met een stok in zijn hand kon Mozes de zee splijten.
Het hangt af van wie het in handen heeft.

Een slinger in mijn handen is niet meer dan een stuk speelgoed.
Een slinger in handen van David is een machtig wapen
Het hangt af van wie het in handen heeft.

5 broden en 2 vissen in mijn handen zijn goed voor een lunch voor 5 personen
5 broden en twee vissen in Gods handen zijn goed voor een lunch voor 5000 mensen.
Het hangt af van wie het in handen heeft.

Met spijkers in handen zou ik een vogelhuisje kunnen maken.
Met spijkers in handen maakte Jezus redding voor de hele wereld mogelijk.
Het hangt af van wie het in handen heeft.

Je kunt al je zorgen, dromen, angsten, hoop, verdriet
of wat dan ook in Gods handen leggen want,
het hangt af van van wie het in handen heeft…

In Uw hand leg ik mijn leven,Heer, trouwe God, U verlost mij. (Psalm 31:6)

***************************************************************************************************************************************************

ORA ET…(sept 2013)

Je hebt het vast wel eens ergens zien staan, op een huis of een schip: Ora et Labora.
Een oude kreet. “Bid en werk”, betekent het. Het was en is het levensmotto van vele mensen. En het is best een goed motto.
Bidden is het in- en uitademen van Gods Geest. Alles aan Hem vertellen wat je bezighoudt, en luisteren naar Zijn antwoord. Het maakt dat je je dicht bij God weet. En ook werken is goed. We hebben de aarde van God gekregen om te bewerken en te onderhouden. En we hebben spieren en denkvermogen gekregen van God, en dat mogen we gebruiken.
Ora et labora, bidden en werken: niets mis mee.

En toch is er iets raars mee aan de hand met dat labora.
Want op de één of andere manier krijgt het “werken” vaak een lading van “verdienen”. Hoe vaak zijn we niet aan het werken om daarmee de tevredenheid van God te verdienen. We hebben zo snel het gevoel: “als ik dit en dit doe, dan wordt God misschien wel tevreden over me”. We werken ons een slag in het rond, we moeten van alles, we offeren alles op, om daarmee God maar tevreden te stellen. We richten ons leven in met allemaal regels die ons vertellen hóe we moeten werken. En voor je het weet worden we harde, kille mensen, die gebukt gaan onder een slavenjuk van benauwde wetten die we opleggen aan onszelf en aan anderen.

Zou dat zijn wat God wil? Past dat bij Hem? Welnee!
God is liefde. Hij hééft geen liefde(dat kan opraken…) maar Hij ís liefde. Dat is wie Hij is, dat is wát Hij is. Zijn doen is liefde, Zijn denken is liefde, Zijn handelen is liefde. De Bijbel zegt niet “Wie in het werken blijft, blijft in God”, maar “Wie in de liefde is blijft in God, en God in hem”! Hij wil niet onze slavenarbeid, Hij wil onze liefde! We hoeven ons geen burn-out te werken. Hij wil geen offers, Hij wil ons hart. Hij wil al dat “moeten” helemaal niet. Hij wil van ons houden, en Hij verlangt er naar dat wij van Hem houden, en in liefde ons leven met Hem delen.

Dus laat al dat werken, al dat ”moeten” maar eens los. Leer hoe veel God van je houdt. En leer die liefde steeds méér kennen, zodat je ook van Hem gaat houden, steeds meer. En kijk dan eens wat er gebeurt ….

Ora et labora? Bid en werk?
Begin nu maar eens met Ora et amo: Bid en heb lief!

***************************************************************************************************************************************************

TROTS (aug 2013)

Daar is-t-ie dan!
Na maanden van hard werken, uitproberen, schrijven, aanpassen en keuren presenteren wij u blij en trots: de website van De Ontmoeting.

Dat kan niet zonder de mensen te bedanken die zich hier geheel belangeloos voor hebben ingezet:
– Tineke Verhoeff-van der Jagt voor het prachtige ontwerp. Kijk ook eens op Tinekewerkt.nl
– Bert Huizenga (www.innonet.nl)voor het beschikbaar stellen van de domeinnaam en de webhosting.
– Bas Knol voor het vele werk dat het bouwen heeft gekost.
– Omko Huizenga voor uitwerking, en voor uitleg van de programmatuur, zodat zelfs wij ongeveer snappen hoe het werkt…
– Marijke Huizenga voor redactie van de vele teksten.
Lieve mensen: heel, heel erg bedankt!

Alles wat we op deze website presenteren, al het werk dat we doen, het leven dat we leven, ontvangen we van onze Heer, de machtige God die ook onze liefdevolle Papa is. Onze hoogste dank is dan ook aan Hem!
Wat zijn we toch klein vergeleken bij Hem… Hij had geen maanden nodig om een website te bedenken en te bouwen, maar Hij maakte het complete heelal in slechts zes dagen.
Hij heeft zich er niet gemakkelijk van af gemaakt. Het was zes dagen keihard werken.Tot in de details gaf Hij alles vorm. Zoveel geur en kleur en variatie. Stap voor stap, dag na dag, zag Hij dat het zeer goed was. En als sluitstuk maakte Hij degenen voor wie Hij al het andere heeft gemaakt: ons. Als je de eerste hoofdstukken van de Bijbel leest dan vóel je gewoon hoe Hij tegen ons zegt: “met trots presenteer Ik u: de wereld!”

Het ontroert me: zo blij en trots als wij zijn over deze website, véél blijer en trotser is God over de wereld, en over ons. De grote Schepper van de wereld is trots op ons, op mij!
En -begrijpt u het nog?- dat maakt mij dan weer trots op Hem! Want kent u ook maar één andere god die alles in zes dagen kon maken? En die toch de moeite neemt om zoveel tijd en energie in ons te steken? Die er alles, maar dan ook echt álles voor over had om onze toekomst met Hem veilig te stellen? Kent u nog een andere god die ons niet ziet als zijn schepsels, zijn knechten, maar als zijn kinderen? Kent u een andere god die niet uit is op macht maar op liefde?
Ik niet.
Maar mijn God is wél zo! God heeft de wereld zó lief, dat Hij zijn enige zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven heeft. (Johannes 3:16). En ik ben er echt trots op, dat Hij zo is!

Dus ja: ik ben trots op deze website. Maar meer nog zeg ik: Met trots presenteer ik u mijn God!
En het is mijn gebed dat u door het werk en de activiteiten van De Ontmoeting Hem ook (steeds beter) leert kennen en ook steeds trotser wordt op Hem. Moge deze website daar een schakeltje in zijn.